#5 RMDRDJH: De zoektocht

In de rubriek Roeien met de riemen die je hebt lees je hoe ik de afgelopen weken mijn hoofd boven water hield met de zorg voor mijn kind met autisme en baby van zeven maanden zonder kinderoppas, de verantwoordelijkheid over 34 vrijwilligers en veertien gezinnen en het Early Intervention Parent Training Program dat gerund moest worden. Terwijl in de tussentijd alles, maar dan ook letterlijk écht A-L-L-E-S misging. Vandaag leest u: de zoektocht!

 

Gisteren lijkt zó lang geleden

Het lijkt wel alsof we meer spullen hebben dan gisteren. Gisteren, de dag dat we aan het zoeken waren naar de villa, lijkt ook eigenlijk alweer zó lang geleden. Iets meer dan 24 uur later staan we weer op straat. Waar gaan we naartoe?

De gedachte dat Oussama het voor de villa had over een dame die appartementen verhuurt schiet me ineens te binnen. Ik herinner me dat deze appartementen wat aan de kleine kant zijn. Maar het is een optie. Veel andere opties hebben we niet. Haast hebben we wel. Ik vraag Oussama of we daar kunnen gaan kijken.

Het zonnetje is in al haar felheid aanwezig wanneer we na een autorit van 5 minuten het appartementencomplex hebben bereikt. ‘Tante Truus, vind je het erg om even in de auto te blijven? Scheelt weer spullen uitladen en zo,’ vraag ik. Ik vind het eigenlijk wel een beetje sneu om haar en mijn kids in de auto achter te laten, maar ik merk dat ik spaarzaam met mijn energie om moet gaan. Mijn knalroze koffers, een vrouw van eind zestig in de auto met twee kinderen. Het is een gekke bedoening, onopvallend zijn we zeker niet.

 

Online huizenjacht

Oussama en ik stappen uit en bellen aan. Even lijkt het alsof er niemand thuis is, totdat mevrouw vanuit het raam roept dat ze zo naar beneden komt. ‘Sorry, het is al verhuurd,’ zegt ze wanneer ze beneden is. ‘De benedenverdieping is overigens wel nog beschikbaar,’. We mogen binnenkomen. Ik scan de ruimte. Het is vrij klein, over een paar dagen zijn we met veel. Als ik al die mensen wil huisvesten, heb ik vier van dit soort appartementen nodig. We besluiten verder te kijken, ondanks dat we geen idee hebben waar we heen moeten.

‘Om de hoek is er ook een appartementencomplex waar ze wel eens wat verhuren,’ zegt de vrouw behulpzaam. We bellen aan, maar de bewoners besparen zichzelf de moeite om open te doen. ‘We hebben niets beschikbaar, succes ermee!’ roepen ze. Het begin van de echte zoektocht is geboren. Aziz, de vader van Oussama, heeft een grafisch designbedrijf.  We vertrekken naar zijn kantoor om online te zoeken naar huisvesting. Noem me old-fashioned, maar ik ben hier stiekem wel een beetje verbaasd over: je kunt gewoon online een huis in Larache zoeken? Wauw!

 

Zomertijd

We zijn een beetje ten einde raad. Oussama begint vrienden te bellen. Er blijkt legio aan opties te zijn, maar iedere keer is er wel iets: een slechte buurt, te weinig bedden, geen contactpersoon. Uiteindelijk start Oussama zijn auto en beginnen we te rijden. Van huis naar appartement en van appartement naar huis. Het ziet er allemaal goed uit, maar de prijzen die men vraagt…

‘Ik verhuur het in de zomer voor €30,- per nacht,’ zegt de man van het eerste huis. ‘Ik begrijp de situatie en ben bereid om de prijs aan te passen, maar ik kan er niet op verliezen,’ gaat hij verder. ‘Als het winter was, had ik je met alle liefde uit de brand geholpen, maar voor 6 weken… Ik heb nu gewoon geen andere keuze, sorry.’ We nemen een kijkje in het appartement. Het is een mooi appartement en er kunnen wel meer mensen in dan dat hij in de eerste instantie zei, maar toch blijft acht personen wel het maximum. Helaas, echt te duur.

 

Te belachelijk voor woorden

Ondertussen krijgen we verschillende telefoontjes van Oussama’s vrienden. ‘Daar is nog een woning,’ zegt de een. ‘Kijk daar eens!’ zegt de ander. Op advies van een van de vrienden vertrekken we naar een leegstaande woning. Wederom mooi, genoeg ruimte, maar wegens de lange leegstand moet er ontzettend veel aan gebeuren. Daarnaast staan er geen bedden in, dus hebben we daar óók nog extra werk aan. Doorslaggevend is dat er maar een toilet is. Hoewel ik misschien genoegen moet nemen met de eerste, beste geschikte woning, kan een toilet voor zo’n twintig mensen – en dat zes weken lang – echt niet over mijn hart verkrijgen.

De hele situatie begint me op mijn zenuwen te werken: het staat nog net niet op onze voorhoofden dat we écht een woning nodig hebben. Hoe cool ik me ook voordoe en hoe rustig ik me ook gedraag naar de huisbazen toe, zodra je over mijn schouder kijkt zie je het dramatische contrast van een overladen auto met felgekleurde koffers, hoor je luid en duidelijk het gekrijs van een baby in combinatie met de harde stimgeluiden van Yahya en als dat nog niet genoeg is, hoef je maar een blik te werpen op Tante Truus: haar gezicht spreekt boekdelen.

En juist dát geeft iedere huisbaas het lef om minimaal €1500,- te vragen voor een huis dat ze normaal voor €250,- verhuren. Uiteraard wil ik meer betalen, we verbruiken meer water en elektriciteit, maar dit is te belachelijk voor woorden. Zoveel geld heb ik simpelweg ook gewoon niet. Ik kan het ook niet maken om Tante Truus even in een restaurantje neer te zetten met mijn kinderen. Ze zit al continu te zenuwpezen, het zou onverantwoord zijn om haar te ontdoen van mijn toeziend oog.

 

Eieren voor mijn geld

Oké. Het wordt later en later. We zijn moe, hebben honger, het begint te schemeren en hoewel de kinderen zich goed gedragen naargelang de omstandigheden, is deze zoektocht alles behalve ideaal voor hen. ‘Oussama, dit gaat gewoon niet zo,’ zeg ik. ‘De ene prijs is nog belachelijker dan de ander. We weten dat er genoeg verhuurd wordt, maar ik weet het gewoon niet meer,’. Ik kies eieren voor mijn geld en we keren terug naar het eerste appartementencomplex waar enkel de benedenverdieping beschikbaar is. ‘Wat moeten we anders?’ vraag ik Oussama.

De vrouw is wederom behulpzaam. Al in Spanje wist ik dat ze €500,- voor zes weken wil hebben. Ook zij probeert nog even haar slaatje te slaan en komt aanzetten met ‘ja, €500,- is toch echt wel weinig,’. Het is een knus appartementje, maar gewoon echt te klein. Gelukkig weet ik haar snel af te wimpelen en maken we onze intrek op de benedenverdieping. Terwijl ik mijn kinderen klaarmaak om naar bed te gaan, komt Tante Truus alweer op hoge poten mijn kant op.

 

Peace Corps

‘Wat is er, Truus?’ vraag ik. ‘Ja.. Ja… Hmmm, ja..’ zegt ze puffend. ‘Er is geen douche,’ zegt ze. Ik loop de badkamer in en zie dat er twee kranen zijn – warm en koud – en een grote emmer. ‘Hoe bedoel je er is geen douche?’ vraag ik haar. Tante Truus loopt al sinds januari op te scheppen over haar verworven aanpassingsvermogen door haar tijd in Afrika voor Peace Corps. Ik citeer: “ik heb zes maanden lang in een emmer moeten piesen”.

Nu is ze ineens een ster in het opmerken van alle minuscule gebreken. Op een passief agressieve manier, dat ook nog. Om haar een stukje privacy te geven, bied ik haar de slaapkamer aan. ‘Wij slapen wel in de woonkamer,’ probeer ik haar op haar gemak te stellen. Ze is blij, dus ik kan eindelijk onder de douche springen. Na het douchen en bidden gaan Oussama en ik nog even opzoek naar een oplossing voor huisvesting. De zoektocht 2.0 levert alleen maar frustratie op en ondertussen gaat het nieuws dat een groep westerlingen naar een huis zoekt, als een lopend vuurtje door de wijk.

 

Ongenoegen

‘Hanan, dit is echt niets voor mij,’ zegt onze “doorgewinterde vrijwilligerswerkveteraan” Tante Truus de volgende ochtend. ‘Ik ga een hotel pakken. Straks komen er meer mensen en daar voel ik me toch niet prettig bij,’. Ik ben met stomheid geslagen. Zelfs een beetje beledigd. Dit is pas de derde dag! De eerste twee vrijwilligers komen vanmiddag en ondertussen doen Oussama en ik ons uiterste best om nog een plek te vinden waar we iedereen kunnen huisvesten. ‘Nee, ik weet het gewoon niet. Ik heb hier geen privacy,’ zegt Tante Truus. Potverdorie, denk ik. Ik heb mezelf opgeofferd om in de woonkamer te bivakkeren en haar de slaapkamer gegeven, en nóg is mevrouw ontevreden.

Ik zou het niet over mijn hart kunnen verkrijgen om een van mijn vrijwilligers alleen in een hotel te laten verblijven. Met de wetenschap van vandaag had ik dat misschien gewoon moeten doen voor die twee weken dat ze er was. Ze begint me een beetje het gevoel te geven dat ik incapabel ben. Ik wéét dat ik er niets aan kan doen en mijn uiterste best doe, maar toch. ‘Kijk het nog even aan,’ druk ik haar op het hart. ‘Er is nog niemand en je hebt je eigen slaapkamer. Het komt vast goed,’ zeg ik. De hele dag probeer ik het haar naar haar zin te maken: ontbijt, lunch en diner in een restaurant en doe mijn best om haar bemoedigende woorden toe te spreken. Die avond ga ik weer op huizenjacht.

 

Fake news

Laat in de middag arriveren de eerste twee vrijwilligers. Ik ben blij om Nico en Tatyana te zien. Ik breng hen op de hoogte van alles wat er zich de afgelopen dagen heeft afgespeeld. ‘Hanan, doe even normaal. Ik heb vrijwilligerswerk gedaan in Casablanca. Dit is luxe, ik zeg het je: luxe,’ zegt Nico.

Lieve lezers,

Ik heb toch even BREAKING NEWS: tijdens een wandeling naar de sandwichzaak met het hele gezelschap hoor ik achter mij – luid en duidelijk – het grijsgedraaide riedeltje over Peace Corps. Het welbekende “zes maanden piesen in een emmer” mocht uiteraard niet ontbreken in deze anekdote.

De dag vordert en ik kom erachter dat Tante Truus niet alleen een ster is in gebreken opmerken, maar ook in fake news verspreiden. Als er een ding is waar ik een hekel aan heb is het roddelen, dus dit kan ik er niet bij hebben. Ik blijf hoe dan ook vriendelijk tegen Tante Truus.

 

‘Geen probleem!’

‘Ja, nee Hanan, ik weet het niet,’ zegt Tante Truus. ‘Ik denk dat ik toch wel echt naar een hotel vertrek,’. Ik zeg haar dat ze misschien beter even kan wachten totdat ik mijn netwerk ben rondgegaan en een kamer vind waar ze voor een prikkie kan verblijven. Uiteindelijk lukt het me: een goede buurt, luxe appartementje en dat voor slechts €200,-. Wel maak ik haar duidelijk dat ze zichzelf buitensluit van de groep. ‘Je kunt het mensen straks niet kwalijk nemen dat ze je vergeten te bellen als ze iets leuks gaan doen. Ook moet je alleen reizen naar het project,’ zegt ik. ‘Geen probleem!’ zegt ze vastberaden.

Cool, ook dit mag ik nog gaan regelen. Het kost me driekwart van de dag om haar in haar nieuwe appartement gesetteld te krijgen. Deze kostbare tijd had ik zoveel beter kunnen besteden, want ondertussen heb ik nog steeds geen tweede woning. De volgende vrijwilligers zullen snel arriveren, dus heel veel tijd om te verspillen aan veel te kieskeurige ex-Peace Corps-vrijwilligers is er niet…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s