#1 RMDRDJH: de reis

In de rubriek Roeien met de riemen die je hebt lees je hoe ik de afgelopen weken mijn hoofd boven water hield met de zorg voor mijn kind met autisme en baby van zeven maanden zonder kinderoppas, de verantwoordelijkheid over 34 vrijwilligers en veertien gezinnen en het Early Intervention Parent Training Program dat gerund moest worden. Terwijl in de tussentijd alles, maar dan ook letterlijk écht A-L-L-E-S misging. Ik trap af met… De reis!

 

Even twee keer kijken

Dé hectiek. Kind naar school, kind van school. Strikt borstvoedingschema. De Ramadan waarin ik dag en nacht bezig was met werken en koken. Er verstreken maanden van plannen maken en weken waarin ik me bleef afvragen waar ik mee bezig was. Tot de dag der dagen aanbrak. Ein-de-lijk stond onze reis naar Marokko in juni voor de deur.

5 dagen van te voren zou een van de vrijwilligers, een Amerikaanse vrouw van in de 60, naar ons huis in Spanje komen. Zij zou alvast met Yahya aan de slag gaan en mij helpen met spullen sjouwen tijdens de reis. Toen Tante Truus voor de deur stond moest ik even twee keer kijken. Had zij nou écht net zoveel bagage voor een persoon mee als ik had gepakt voor mezelf en mijn twee kids? Oei…

 

Achturige busreis

We nemen de bus van Madrid naar Algeciras: een havenplaatsje in Andalusië vanwaar de ferry naar Marokko vertrekt. Hier zouden we de nanny van Ayoub ontmoeten. Even voor de beeldvorming: ik draag twee grote koffers met kleding en spullen voor het project, twee rugtassen, een kinderwagen en twee kinderen met me mee. Tante Truus heeft een kofferachtige rugtas die ze niet als rugtas gebruikte, een kleine rugtas, twee handtassen en een plastic tasje bij zich.

“Hoe gaan we dit doen?” vraagt ze. “Ja, ik had eigenlijk gehoopt, aangezien je twee weken in het project meedraait, dat je in ieder geval een handje vrij had om Yahya vast te houden als het nodig is,” zeg ik haar.

 

Adem in, adem uit

Mohamed komt met ons mee naar Madrid en helpt met het inladen van onze toebehoren. “Hoe gaan we dit nou doen straks, Hanan?” blijft Tante Truus vragen. Ik spreek mezelf moed in. Oké, komt goed Hanan, komt goed. Het enige dat straks nog moet gebeuren is het uitladen. Dat redden wij!

Met het vertrek van de bus gaat onze achturige busreis van start. Yahya en Ayoub gedragen zich voorbeeldig. Tante Truus maakt daarentegen gelijk duidelijk dat ze weet hoe ze moet klagen. Ze blijft maar vragen hoe we dit nou gaan doen en dat ze echt wel last heeft van die drukke, schreeuwende Spaanse kindjes. Op dit moment lijkt mijn geduld nog oneindig. Ik vertel haar dat het echt wel goed komt, dat we straks met Ayoub’s nanny meeten en dat kinderen in de Spaanse cultuur nou eenmaal later gaan slapen.

 

Ben ik slaapdronken of zo?

We arriveren in Algeciras. Zoals afgesproken staat Ayoub’s babysitter om 5 uur ’s ochtends paraat. Ze helpt me met het uitladen van onze spullen en is ontzettend vriendelijk. Dan dropt ze de bom. “Ik kom niet mee naar Marokko,” zegt ze. “Ik kom net uit een heftige relatie met een gevaarlijke man. Hij zit nu in een psychiatrische inrichting en ik moet hier echt even van bijkomen,” zegt ze. Wat gebeurt hier? Ben ik slaapdronken of zo?

“Ik wilde het je graag persoonlijk vertellen in plaats van via Whatsapp,” zegt de nanny. Ja, op zich wel lief, maar ik krijg hier een beetje een ‘ik sla je op je bek en breng je daarna naar het ziekenhuis’-idee van. “Het spijt me, Hanan, maar ik beloof dat ik rond de dertigste in Larache ben.”. Daar sta ik dan, met alle koffers, kinderen en een Tante Truus die me met grote paniek aan staat te gapen. Ik schenk hier geen aandacht aan, want ik heb zelf ook geen idee hoe ik dit op ga lossen. Wederom spreek ik mezelf moed in. Oké, komt goed Hanan, komt goed.

 

Deuren tegen mijn kont

Over 15 minuten vertrekt de ferry naar Tanger. We zijn nog niet voorzien van tickets, wel van een zeurende Tante Truus en een kind dat alle kanten op stuift. Wanneer we de tickets hebben, zijn we er nog lang niet. In een tijdsbestek van 10 minuten volbrengen we de niet zo succesvolle tocht met de kinderwagen op de loopbrug die de haven en de ferry verbindt. Het gaat letterlijk stukje koffer, stukje kinderwagen, stukje andere koffer, stukje teruglopen om Yahya te vertellen dat hij moet doorlopen. Hoewel er genoeg mensen om ons heen zijn, steekt niemand een helpende hand uit.

We betreden de ferry als allerlaatste passagiers. Ik voel de deuren nog net niet tegen mijn kont aan dichtklappen. De bootmeneer wijst ons de trappen. Ik wijs hem mijn kinderwagen. “Oh, ja, hier is de lift,” zegt hij. We zijn eindelijk binnen. We droppen onze bagage in een container. Omdat we van Europa naar Afrika gaan, moeten we nog langs een douanepost op de ferry. Ik zeg tegen Tante Truus dat ik eerst ga, zodat zij daarna kan. Alles lijkt in orde.

 

“Tranquilaaa”

Tanger Med. Yes, we hebben Marokko gehaald! Tante Truus, Yahya, Ayoub en ik maken aanstalten om de ferry te verlaten. We lopen achter de menigte aan. Shit, staan we ineens op het vaste land zónder koffers. Dit méén je niet. Iedereen is in paniek, maar ik besluit rustig te blijven en de koffers te halen. Ik laat de lift even voor wat hij is en ren de trappen op. Het zweet staat op mijn voorhoofd.

Wanneer ik eindelijk de koffercontainer vind, heb ik de hele ferry gezien. Om te beginnen pak ik twee koffers en een rugzak. Half rennend, half heup-duwend tegen de veel te zware koffer – die tevens om de haverklap omviel – aan beweeg ik me naar de uitgang. Ik zie de deuren dichtgaan als ik de uitgang bijna bereikt heb en wil schreeuwen. Nee Hanan – blijf elegant, doe kalm.

“Tranquilaaa,” schreeuwt de bootmeneer als hij ziet dat ik worstel om op tijd van de boot af te komen. Ik vrees dat Tante Truus een beroerte krijgt als ze ziet dat de deuren dicht gaan. De bootmeneer sluit echter maar een deur in plaats van beide deuren. Niets aan de hand dus. Ik breng de meegebrachte koffers naar Tante Truus en haast me terug de boot op voor de rest van de bagage.

 

Hollywood Amerikaan

Ons gezelschap is compleet: een shitload aan koffers en rugzakken, een kinderwagen, twee kinderen, Tante Truus en ik. Tijd voor de douane. Zou je denken. Tante Truus negeert de douane namelijk volledig en loopt zo – zonder haar paspoort te laten zien – de haven van Tanger Med binnen.

“Hallo, Tante Truus, kom terug! Je moet nog door de douane!” roep ik haar na. De douanier vraagt of ze bij mij hoort. “Ja, ze werkt voor mij,” zeg ik. “Oh, een Roemeense?” vraagt hij. “Nee, ze is Amerikaanse,” zeg ik. “Zo, zo,” zegt de douanier. Hij is duidelijk onder de indruk van de Hollywood Amerikaan die voor mij werkt en laat haar zonder problemen terugkomen voor een paspoortcontrole.

We kunnen door naar de bus die de bootpassagiers van de ferry naar een hal brengt. Er staat een compleet lege bus. De buschauffeur zegt dat hij speciaal voor ons is teruggekomen. We laden onze spullen in en ik bel de taxi naar Larache die we op voorhand al besteld hadden. Dit is normaal gezien goedkoper en sneller, omdat alle licenties al geregeld zijn.

We staan een kwartiertje te wachten op deze taxi als Tante Truus begint te zeuren. “Kijk, daar staan gewoon taxi’s, hoor!” vervolgt ze haar klaagzang. Adem in, adem uit Hanan. Er verstrijken weer 15 minuten. “Waar blijft onze taxi? We kunnen toch gewoon een andere taxi pakken?” oppert ze ten slotte.

Geen gehoor, paniek

Zucht, dit is mijn waardevolle energie niet waard. Ik stem toe en we houden een taxi aan. “Dat kost u dan 600 Dirham,” zegt de taxichauffeur. We vertrekken. Onderweg naar Larache stopt de taxi – letterlijk ergens in the middle of nowhere. “Waarom stopt hij nou?” vraagt Tante Truus. “Had ik je dat niet al uitgelegd? Taxi’s hebben een vergunning nodig om van Tanger naar Larache te rijden. Daarom hadden we op voorhand een taxi gebeld maar jij wilde niet wachten,” zeg ik.

Ik merk aan mezelf dat ik moe en geïrriteerd ben. Ik doe mijn best, maar ik ben allesbehalve spraakzaam. Ik hou in mijn achterhoofd dat ik onderweg naar huis ben en dat alles binnen nu en een uur in orde is. Ik geef het adres van de villa aan de taxichauffeur, maar de villa lijkt nergens te bekennen. Alle voorbijgangers die we aanspreken sturen ons een andere kant op of kennen het adres helemaal niet. Als ik probeer te bellen naar mijn contactpersoon krijg ik geen gehoor.

 

Verdrinken in paniek

We blijven maar bij hetzelfde adres uitkomen. “Hier moet je niet zijn, hier staan geen villa’s,” vertelt een passant ons. “Je moet aan de andere kant zijn,” zegt hij. Ja, oké, aan de andere kant staan wel villa’s, maar welke is het dan?! Na twintig minuten bellen in de brandende zon geef ik het op en besluit ik dat we naar mijn eigen huis gaan. “Tante Truus, we gaan wel naar mijn familie. Dan kunnen we in ieder geval uitrusten,” stel ik haar gerust. Dan word ik ineens teruggebeld: “je staat verkeerd, je moet in een paar straten verderop zijn!”

De taxi brengt ons naar het juiste adres. Wát een opluchting. We laden alle koffers, rugzakken, kinderwagens en kinderen uit. Ik klop op de deur van de villa. Er doet een mevrouw open. “Hoi, we zijn er!” zeg ik opgewekt. Haar gezicht verstijft. “Wat kom je hier doen?” vraagt ze wanhopig. SHIT, ook dát nog. Ik sta op het punt om te verdrinken in de paniek in haar ogen…

Een gedachte over “#1 RMDRDJH: de reis

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s